Zwangerschap als er een ziekte bestaat

      Reacties uitgeschakeld voor Zwangerschap als er een ziekte bestaat

De meeste vrouwen komen de zwangerschap door zonder noemenswaardige complicaties.

Voor een klein percentage vrouwen verloopt deze periode van negen maanden echter niet zonder problemen. Als u een chronische ziekte hebt, zoals suikerziekte of te hoge bloeddruk, moet u extra voorzorgsmaatregelen nemen terwille van uw eigen gezondheid en van die van uw baby. Maar een zwangerschap maakt een gezonde vrouw niet onvatbaar voor ziekten. Sommige vrouwen die gezond waren toen zij aan een zwangerschap begonnen, worden ziek in de loop van de negen maanden.

Dit hoofdstuk behandelt enkele van de meest voorkomende aandoeningen die een zwangerschap kunnen compliceren.

Suikerziekte (diabetes) belet een vrouw niet om zwanger te worden, hoewel voor de ontdekking van insuline in 1922 de meeste vrouwen die aan deze ziekte leden, hiervoor te ziek waren. De vrouwen die toch zwanger werden, kregen dikwijls een miskraam of stierven tijdens de zwangerschap. Zelfs jaren later, toen de gevolgen van een zwangerschap voor een diabetische moeder minder slecht waren, ging het met hun kinderen nog niet goed.

Vandaag de dag heeft een diabetische moeder een uitstekende kans om een gezonde baby te krijgen, mits haar bloedsuikergehalte tijdens de zwangerschap steeds zorgvuldig gecontroleerd wordt en door middel van een juiste dosering van insuline op een verantwoord niveau wordt gehouden. Want wanneer dit te hoog wordt, passeert de overmaat aan bloedsuiker de placenta zodat er ook een te hoog bloedsuikergehalte in het bloed van de foetus ontstaat. Dit heeft weer tot gevolg dat de alvleesklier van de foetus meer insuline gaat vormen, die dan als een groeihormoon gaat werken. Baby’s van onbehandelde diabetische moeders zijn dikwijls bijzonder groot, waardoor de bevalling moeilijker kan verlopen. Zij hebben in verhouding meer aangeboren afwijkingen dan baby’s van niet-diabetische moeders en hebben meer kans om later ook suikerziekte te krijgen. Bovendien sterven sommige van deze baby’s al voor de geboorte tengevolge van stofwisselingsstoornissen als de suikers niet goed zijn ingesteld en er geen controle plaatsvindt.

Voor de diabetische moeder zijn de risico’s die met haar ziekte verband houden, onder andere infecties, nabloedingen en problemen met hart en longen. Bovendien heeft zij een viermaal zo grote kans op zwangerschapsvergiftiging als een niet-diabetische moeder.

In het algemeen moet een vrouw die suikerziekte krijgt tijdens haar vruchtbare levensfase, behandeld worden met insuline. Bij insulinebehandeling kan de vrouw niet door een vroedvrouw gecontroleerd worden, maar moet zij onder behandeling van een gynaecoloog staan tijdens de zwangerschap. Soms krijgen vrouwen die geen suikerziekte hebben, tijdens hun zwangerschap een ziekte die zwangerschapssuikerziekte wordt genoemd. Dit is eigenlijk een verkeerde naam. Het gaat hier om een gestoorde gevoeligheid voor suiker doordat een vrouw tijdens de zwangerschap minder gevoelig is voor de werking van insuline. Bij zwangerschapssuikerziekte moeten de bloedsuikerwaarden zorgvuldig gecontroleerd worden, maar zijn er doorgaans geen insuline-injecties nodig en kan volstaan worden met een aangepast dieet; de ziekte gaat meestal over wanneer de baby geboren is. Als u al eerder een kind gebaard hebt van meer dan 4 kilo of een doodgeboren kindje hebt gehad, familieleden hebt die aan suikerziekte lijden of zelf suiker in de urine hebt, moet u onderzocht worden op suikerziekte.

Een zwangere vrouw die suikerziekte heeft moet nauwkeurig het haar voorgeschreven dieet volgen om haar bloedsuikergehalte onder controle te houden. Wanneer dit onvoldoende resultaat heeft, heeft zij insuline-injecties nodig. Er zijn nu bloedtesten beschikbaar waarmee de behandelend arts kan vaststellen hoe hoog de bloedsuikerwaarden zijn en aan de hand van de uitkomsten kan worden beoordeeld hoe goed iemand zich aan het voorgeschreven dieet houdt. Wanneer de ziekte goed onder controle gehouden wordt, is er meer kans op een kind met een normaal gewicht. Soms moet voor de uitgerekende datum de bevalling op gang gebracht worden omdat het kind te groot wordt of omdat het leefmilieu in de baarmoeder schadelijk wordt voor de baby.

Hoge bloeddruk (hypertensie) komt veel voor tijdens de zwangerschap en kan gevaarlijk zijn. Kinderen die geboren worden uit moeders die aan (te) hoge bloeddruk lijden, zijn vaak klein en hebben vaak een kleine placenta. Ook doodgeboorte komt dan vaker voor dan bij de doorsnee zwangere. Sommige vrouwen hebben al een hoge bloeddruk voorafgaand aan de zwangerschap; bij anderen is de zwangerschap verantwoordelijk voor een plotselinge toename ervan.

U kunt een te hoge bloeddruk hebben zonder dit eigenlijk te merken. Een hoge bloeddruk wordt gemakkelijk vastgesteld bij de bloeddrukmeting die bij iedere zwangerschapscontrole gebruikelijk is.

De meeste vrouwen met een geringe verhoging van hun bloeddruk hebben geen ernstige problemen tijdens de zwangerschap. Maar bij sommigen kan de bloeddruk steeds verder stijgen, begint zich vocht op te hopen in de weefsels en verschijnt er eiwit in de urine. Dan spreekt men van zwangerschapsvergiftiging (toxicose). Dit gebeurt dan meestal tegen het eind van de zwangerschap. Hiervan kan eclampsie (zwangerschapsstuipen) het gevolg zijn. Dit is een uiterst ernstige aandoening die kan lijden tot de dood van moeder en kind.

Daarom is het belangrijk dat de bloeddruk niet te hoog wordt en vaak opgemeten wordt. Ook moeten bloed en urine regelmatig nagekeken worden om vast te stellen of de nieren goed functioneren. Zo mogelijk moet er ook herhaaldelijk echoscopisch onderzoek worden gedaan om na te gaan of de baby goed groeit. Soms wordt bedrust voorgeschreven. Wanneer de bloeddruk erg hoog is, kunnen er ook geneesmiddelen worden voorgeschreven.

Astma is een chronische ademhalingsziekte, waar bijna 6 procent van de bevolking aan lijdt.

Het verloop van astma tijdens de zwangerschap is moeilijk te voorspellen. Bij sommige vrouwen verergeren de klachten in deze periode, bij anderen schijnen ze te verminderen en bij weer anderen blijven ze gelijk.

Als u aan astma lijdt, hebt u meer kans op luchtweginfecties. Ook kan de emotionele belasting van een zwangerschap de aanvallen doen verergeren. De meeste vrouwen kunnen hun zwangerschap echter veilig tot het einde toe uitdragen. In het algemeen zal er bij een vrouw met astma overleg tussen de vroedvrouw, huisarts en gynaecoloog plaatsvinden om te bezien of ze al dan niet veilig thuis kan bevallen of dat een ziekenhuisbevalling onder leiding van de gynaecoloog veiliger voor haar is.

Veel vrouwen die aan astma lijden, hebben geneesmiddelen nodig. De meeste hiervan zijn veilig te gebruiken tijdens de zwangerschap. Maar geneesmiddelen met een hoog gehalte aan jodium moeten vermeden worden. Wanneer deze gedurende een langere periode worden ingenomen, kunnen ze schadelijk zijn voor de schildklier van het kind.

Hartkwalen komen bij minder dan 1 procent van alle zwangere vrouwen voor. Hoewel ze gevaarlijk kunnen zijn, dragen veel vrouwen met hartafwijkingen hun zwangerschap zonder problemen uit en krijgen ze gezonde baby’s.

Tijdens een zwangerschap moeten het hart en de andere organen extra werk verzetten. Daarom kan iemand met een hartgebrek door deze extra belasting ernstige hartklachten krijgen. Als u een hartaandoening hebt, vooral wanneer het een hartklepgebrek betreft, doet u er goed aan om de aan een zwangerschap verbonden risico’s met een dokter te bespreken voor u zwanger wordt.

Doorgaans kan een vrouw, die voor het overige in een goede conditie verkeert en geen last heeft van haar hartgebrek, met succes een zwangerschap uitdragen en een gezond kind krijgen. Overmatige gewichtstoename, het vasthouden van abnormale hoeveelheden vocht en bloedarmoede kunnen extra gevaarlijk zijn voor een zwangere met een hartkwaal. Als u in verwachting bent, moet u alles in het werk stellen om dit soort problemen te voorkomen. In sommige gevallen kan enige tijd bedrust nodig zijn. Ook bij een hartafwijking moet er overleg plaatsvinden tussen de verloskundige, zorgverleners en eventueel de huisarts of de cardioloog, om te bezien waar en onder wiens leiding de vrouw het beste kan bevallen.

Epilepsie (toevallen) beïnvloedt een zwangerschap doorgaans niet, mits deze ziekte door het gebruik van geneesmiddelen onder controle is. Maar ernstige misselijkheid en braken in de eerste maanden van de zwangerschap kunnen tot gevolg hebben dat deze middelen niet naar behoren worden opgenomen door het lichaam. Dat kan het risico op toevallen verhogen.

In een enkel geval kunnen de geneesmiddelen die gegeven worden om de toevallen te onderdrukken, aangeboren gebreken veroorzaken en de kans op vroeggeboorte, laag geboortegewicht en doodgeboorte verhogen. Sommige van die middelen zijn wat dat betreft erger dan andere; als u aan epilepsie lijdt, kunt het beste eerst met een arts die ervaring heeft met de behandeling van deze ziekte, overleggen voor u aan een zwangerschap begint. Afhankelijk van medicatie en frequentie van aanvallen kan bepaald worden waar en onder wiens leiding de vrouw het beste kan bevallen.

Huidproblemen, hoewel soms hinderlijk, vormen doorgaans geen risico tijdens de zwangerschap. Wanneer iemand last van jeuk krijgt, is die meestal over het hele lichaam aanwezig. Eén vorm van jeuk doet zich voor als kleine rode vlekjes die op de buik beginnen en zich van daaruit verspreiden naar de billen, heupen, dijen, en bovenarmen.

Als u last van jeuk hebt, moet u vooral niet gaan krabben, want dat kan aanleiding geven tot infectie. Was het aangedane gebied met een zachte zeep. Als de klachten ernstig zijn, kan de arts een zalfje voorschrijven.

Jeuk komt het vaakst voor in de eerste zwangerschap.

Dikwijls verandert tijdens de zwangerschap de pigmentatie. In het gezicht kunnen bruine vlekken komen, evenals op andere plaatsen van het lichaam. De verkleuring in het gelaat wordt ook wel zwangerschapsmasker genoemd. De pigmentvlekken verdwijnen meestal, alhoewel niet altijd, wanneer de baby geboren is.